Heeft u vragen omtrent voeding van uw jonge kind, neemt u dan gerust contact op.

O nee, de baby wil de fles niet!

Wat als je verlof er bijna opzit en je baby weigert uit een flesje te drinken? Steeds meer ouders slaan alarm. ,,Een baby die de fles niet pakt, is vooral lastig. Maar met een baan is het een groot probleem.”

 ,,Lois dronk probleemloos aan de borst, maar de fles wilde ze niet. We probeerden van alles, talloze flessen en spenen, bij daglicht en in het donker; niets werkte. Ik raakte in paniek, want hoe moest dat dan op de crèche?”

Lactatiekundigen en prelogopedisten (experts in drinkproblemen bij zuigelingen) zien steeds meer baby’s zoals Lois. Meestal kindjes die tegen de drie maanden oud zijn. Ouders geven na een paar weken een keer een flesje, maar vergeten om dat te blijven doen. Als het werk dichterbij komt, lukt het niet meer, schetst de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL).

Baby Lois weigert de fles

Lepeltje of bekertje

Baby’s leven de eerste weken op reflexen.

Lenie van den Engel-Hoek, prelogopedist

In het meest gunstige geval krijgt een geduldige crècheleidster of oppasoma de baby overstag. Lukt dat niet, dan rest een lepeltje of bekertje om te zorgen dat het kind wat milliliters binnenkrijgt. Óf moeder moet overdag ‘live’ voeden, zoals moeder Sin maandenlang deed. Herkenbaar, stelt AJN Jeugdartsen Nederland: zij komen op consultatiebureaus vaak moeders tegen die heen en weer racen tussen werk en crèche.

Hoewel de term flesweigeraar impliceert dat een kind de fles niet wíl, is het in veel gevallen een kwestie van niet kúnnen, zegt Lenie van den Engel-Hoek van de Landelijke Werkgroep Logopedie voor 0-2 jaar en prelogopedist in het Radboudumc in Nijmegen. ,,Baby’s leven de eerste weken op reflexen: de happende reflex om aan de borst te drinken en de zuigende reflex om uit een flesje te drinken. Maar ergens tussen de acht en twaalf weken doven die reflexen en als je in die periode de zuigbeweging met een fles niet dagelijks oefent, loop je het risico dat een kindje van drie maanden niet meer weet hoe het moet.”

Cijfers over het aantal flesweigeraars ontbreken vooralsnog, betreurt Van den Engel-Hoek. ,,Wat we wel weten: steeds meer moeders werken drie of meer dagen. Een baby die de fles niet pakt, is vooral lastig. Maar met een baan is het een groot probleem.”

Focus op borst

Door de focus op de borst raakt de fles op de achtergrond.

jeugdarts Mascha Kamphuis

Daarnaast houden moeders die aan borstvoeding beginnen (80 procent) het langer vol, waardoor ook de noodzaak om met een flesje aan de gang te gaan daalt, denken de zorgverleners. Anno 2015 geeft 47 procent van de moeders drie maanden de borst, tegenover 29 procent in 2010. 39 procent houdt het zelfs zes maanden vol, tegenover 18 procent in 2010, aldus TNO-onderzoek.

Blijkbaar helpt het dat de geboortezorg het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie om zes maanden te voeden actief uitdraagt. ,,Prachtig, maar door die focus op de borst raakt de fles op de achtergrond”, zegt jeugdarts Mascha Kamphuis (AJN Jeugdartsen). ,,Terwijl oefenen met een flesje toch geen pleidooi is voor kunstvoeding, er kan ook prima moedermelk in. Het is gereedschap dat een moeder vrijheid geeft, zowel tijdens het verlof als daarna.”

Kamphuis erkent dat lang niet alle consultatiebureaus adviseren om op tijd en regelmatig te oefenen. ,,Het staat helaas niet in de richtlijn borstvoeding en geldt dus niet als landelijk advies.”

Bovendien, zo stelt Van den Engel-Hoek, maken kraamzorg en ziekenhuis kersverse moeders nogal eens bang met ‘tepel-speenverwarring’, waardoor het kindje niet meer de moeite zou nemen om uit de borst te drinken als te vroeg een fles of fopspeen wordt aangeboden. ,,Er wordt niet bij verteld dat je gerust een flesje kunt geven als de borstvoeding goed op gang is, na een week of vier”, aldus de prelogopedist.

Tepel-speenverwarring

Wat ze overdag niet binnenkreeg, haalde Lois ’s nachts in. Door alle stress liep ook mijn borstvoeding terug.

Vivian Sin, moeder

Ook moeder Sin was gewaarschuwd voor tepel-speenverwarring en probeerde pas met acht weken een fles. Die dronk dochtertje Lois probleemloos leeg, maar een paar weken later met geen mogelijkheid meer. ,,Had íemand me maar verteld dat ik elke dag met een fles had moeten oefenen!”

Prelogopedist Linda Heijnen uit Utrecht kreeg Lois – toen drie maanden oud, nu acht – aan de fles door allerlei oefeningen te doen, zoals voeden in een bepaalde houding, in dit geval op schoot. ,,Maar meer dan 50 milliliter per keer lukt niet”, vertelt Sin.

Op enkele baby’s na die om nog onverklaarbare reden nooit aan een fles, fopspeen of pink gaan zuigen, geldt volgens Heijnen: hoe eerder je erbij bent hoe beter. ,,Is de zuigreflex verdwenen, dan kan het een lange zoektocht worden op de crèche. Beetje uit de fles, beetje van een lepeltje, beetje uit een cupje en zo snel mogelijk vast voedsel. Vaak blijft het tot negen maanden – als een kind rechtop kan zitten en uit een (rietjes)beker kan drinken – schipperen.

Voor moeders is dat slopend. Sin: ,,Wat ze overdag niet binnenkreeg, haalde Lois ’s nachts in. Door alle stress liep ook mijn borstvoeding terug.” Heijnen: ,,Dat zie ik vaker. Dan loop je het risico dat een kindje te weinig vocht binnenkrijgt en uitdroogt.”

Om die ellende te voorkomen, zou het goed zijn als alle hulpverleners die met baby’s te maken hebben, weten hoe belangrijk oefenen met de fles is, stellen jeugdartsen, lactatiekundigen en prelogopedisten. De kans dat het binnenkort in de richtlijn borstvoeding wordt opgenomen, is echter klein, verwacht Hester Rippen van de Landelijke Borstvoedingsraad. Volgens haar is het thema ‘fles weigeren’ in nationaal verband nog niet ter tafel gebracht.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie